Kunsteducatie in Moengo: geen aid maar trade

| gepubliceerd op


Om vier uur druppelen kinderen de Tembe art-studio binnen. Beeldend kunstenaar Ken Doorson deelt viltstiften uit. ‘Jullie mogen de opdracht van vorige week afmaken.’ Tekeningen komen tevoorschijn. Beschilderde petflessen – op straat gevonden – worden op tafel uitgestald. Die worden straks verwerkt in een kunstobject. Doorson: ‘Ik wil ze milieubewust maken.’ De tekeningen vormen het ontwerp voor fleurig te beschilderen afvaltonnen.

Doorson woont in Paramaribo, maar is hier geboren. Twee dagen per week geeft hij les aan jongeren in Moengo die elke werkdag lessen kunnen volgen. Gratis. Ook houtsnijwerk-, muziek – en danslessen.

Hij wéét hoe Moengo er uitzag voor de Binnenlandse Oorlog (1986-1992), zoals de strijd tussen Desi Bouterse en Ronnie Brunswijk genoemd wordt. Destijds was Moengo een welvarend mijnwerkersstadje met een zwembad, bioscoop, recreatiezaal en zelfs golfbaan. Na de oorlog was het stadje totaal onttakeld. De werkloosheid is hoog. Vroeger was er ook veel criminaliteit. De bekende kunstenaar Marcel Pinas, ook afkomstig uit dit gebied, startte vijf jaar geleden met het geven van teken- en schilderlessen in deze regio.  ‘Voor de Binnenlandse Oorlog kwam criminaliteit nauwelijks voor. De overheid heeft dit gebied aan zijn lot overgelaten.’ Pinas wilde jongeren mogelijkheden geven zich te ontplooien en criminaliteit voorkómen. Hij zocht fondsen. ‘Ik wacht niet op lanti [de overheid]. Ook zonder fondsen zou het project lopen. Nu gaat het sneller.’ Buiten het gebouw snerpt een houtzaag. Collega Jhunry Udenhout zaagt – zweet staat op zijn voorhoofd – plakken uit een boomstam. Daaruit wordt een ander kunstobject vervaardigd. Even later meldt een talentvolle leerling, een rastaman, zich. In augustus zal ook dit kunstwerk een plaats krijgen in het district. Toeristen kunnen straks per fiets 50  kunstwerken bezoeken. Uiteindelijk moet het project zichzelf kunnen bedruipen. ‘No aid but trade’, is Pinas’ motto.

bekijk mediabestand