Onderzoek & Multimediaproducties


Onderzoek

VANAF JULI 2010 was ik als promovendus verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar ik ooit ook mijn studie begon, bij de afdeling Mediastudies. Ik werkte aan een proefschrift over de rol van de media in de postkoloniale verhouding tussen Nederland en Suriname.  Mijn promotoren waren prof. dr  Frank van Vree, voormalig hoogleraar Journalistiek en cultuur, nu directeur van het NIOD en prof. dr Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïibische Letteren. Dr Peter Vasterman, universitair docent bij de leerstoelgoep Journalistiek en cultuur was mijn begeleider. Allen waren destijds verbonden aan de UvA. Frank van Vree is nu directeur van het NIOD. Op 29 november 2015 verdedigde ik dit proefschrift tegenover de promotiecommissie, bestaande uit: prof. dr. James Kennedy (Universiteit Utrecht), prof. dr. Michiel Baud (Universiteit van Amsterdam), prof. dr. Marten Schalkwijk (Anton de Kom Universiteit van Suriname), dr. Peter Meel (Universiteit Leiden) en dr. Mirjam Prenger (Universiteit van Amsterdam).

IN 1975 werd Suriname onafhankelijk van Nederland. Amper vijf jaar later, in 1980, pleegden militairen een staatsgreep. In december 1982 schoot het leger onder aanvoering van Desi Bouterse vijftien vermeende tegenstanders dood. Nederland stopte de toegezegde ontwikkelingshulp: belangrijke steunpilaar van Surinames economie. En zou dat na een nieuwe coup in 1990 opnieuw doen.  Pas in 1992 werd de macht van de militairen uit de grondwet geschrapt. Nederland gebruikte de ontwikkelingshulp als instrument om de binnenlandse politiek van Suriname te beïnvloeden. Nederlandse media speelden in die periode een grote rol in informatievoorziening over Suriname in zowel Nederland als Suriname zelf. Suriname kampte met censuur en zelfcensuur. Geschiedschrijving over deze zogenaamde (post)militaire periode en de rol die Nederlandse maar ook Surinaamse media daarin speelden, is vrijwel onontgonnen terrein.

MET MIJN proefschrift beoogde ik een bijdrage te leveren aan de reconstructie van genoemde periode en de rol van (Nederlandse) media daarin. De handelseditie –  Mediastrijd om media. Van mythemakers tot nieuwsverduisteraars  – werd in 2017 uitgegeven bij de WalburgPers.

DIT ONDERZOEK werd mogelijk gemaakt met steun van verschillende fondsen: het Matchingsfonds Promotieplaatsen van de UvA (Faculteit Geesteswetenschappen), het Stimuleringsfonds voor de Pers, het Prins Bernard Cultuurfonds, de Stichting Professor van Winterfonds, Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis. Reisbeurzen verschaften de Stichting Catharine van Tussenbroek en de Maatschappij voor Wetenschappelijk Onderzoek in de Tropen. Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, de Gravin van Bylandtstichting en het Hendrik Muller Fonds droegen bij aan de publicatiekosten.

IN HET verlengde en op grond van mijn proefschrift initieerde ik het project Suriname-Nederland, 40 jaar later: een terug- en vooruitblik op de relatie tussen Suriname en Nederland, 40 jaar na de onafhankelijkheid. Zie homepage.

MOMENTEEL DOE doe ik onderzoek naar de culturele nalatenschap van de kunstenares Nola Hatterman. Dit onderzoek heeft als oogmerk: brede multimediale aandacht voor de nalatenschap van Nola Hatterman en haar leerlingen in de vorm van tentoonstellingen in Nederland en Suriname, een documentaire en monografie.

 

foto:Viering van de onafhankelijkheid van Suriname november 1975. Prinses Beatrix tmv Surinaamse staatslieden (ANP)

 


Comments are closed.

Back to Top ↑