Nemen de tabloids de markt over?

| gepubliceerd op

Klagen over de kwaliteit van de krant (lees: popularisering) is niets nieuws; dat gebeurde 100 jaar geleden ook al. Alsof er ooit zoiets heeft bestaan als de ‘gouden eeuw in de journalistiek’: met veel hard, verantwoord nieuws dat de burger aanzette tot overpeinzingen over de democratie; alsof kranten niet altijd hebben bestaan uit een mengeling van nieuws en verstrooiing, relativeert een van de auteurs van Tabloid tales -global debates over media standards. In dit boek buigen diverse onderzoekers zich over het fenomeen van tabloids en de tabloïdisering. Grofweg wordt met tabloid aangeduid: een (halfformaat) krant met opvallende, kleurige opmaak, korte artikelen, veel foto’s en schreeuwerige koppen. Inhoudelijk ligt het accent vooral op persoonlijke verhalen, amusement, human interest en entertainment (sterrendom) in plaats van nieuws en informatie. Tabloïdisering verwijst naar de mate waarin ‘serieuze’ media tabloids imiteren. Van invloed zijn dalende verkoopcijfers en winstbejag. Het ene tabloid is het andere niet, zoveel is wel duidelijk na het lezen van dit boek. Zoals ook de acceptatie van de boulevardpers van land tot land verschilt. In de VS bewaken de serieuze kranten fel hun grenzen; het dédain voor tabloids is er groot. Grootstedelijke Engelse kwaliteitskranten die commercieel gezien meer te duchten hebben van de tabloids dan kranten als de New York Times zijn daarentegen milder in hun oordeel. Deze Engelse kwaliteitskranten kopieerden uit concurrentieoverweging een aantal aantrekkelijke tabloidkarakteristieken om meer lezers te trekken: veel foto’s, features, kortere artikelen en ‘zacht’ nieuws. In Duitsland kan het tabloid slechts op een gematigd enthousiast publiek rekenen. Toch houdt de serieuze pers rekening met concurrentie. Onderzoeker Klaus Schonbach adviseert kwaliteitskranten zich duidelijk te onderscheiden van tabloids – de lezer wil duidelijkheid!- door vooral te investeren in achtergronden en analyses, maar de visueel aantrekkelijke vormgeving van tabloids te kopieren. In Hongarije smult men van tabloids. Vaak lezen hier de hogeropgeleiden het halfformaat -dat overigens meer hard nieuws bevat dan bijvoorbeeld de Engelse equivalenten- naast een kwaliteitskrant. In Japan leggen de tabloids het duidelijk af tegen de kwaliteitskranten. Maar de grenzen zijn er minder scherp; twee van de meest gerenommeerde kranten komen uit tabloids voort. Hamvraag die de auteurs zich -met gevoel voor dramatiek- stellen is: nemen de tabloids het over? Nee, luidt het antwoord. Over een langere periode bezien blijft het marktaandeel stabiel. Wel floreren tabloids in vredestijd en een klimaat van politieke apathie, terwijl de aandacht voor de kwaliteitskrant en hard nieuws toeneemt in oorlogstijd. Van tabloïdisering is evenmin sprake. Waar het ene medium ‘vertabloïdiseert’, ‘verhardt’ het andere. Want niet alleen kwaliteitskranten maar ook tv en radio worden door tabloïdisering ‘bedreigd’. Waar de krant in Engeland ‘vertabloiseert’, bieden tv en radio tegenwicht door meer serieus nieuws te brengen (hoewel niet op prime time). Zijn Amerikaanse kwaliteitskranten als de New York Times streng in de leer en wars van tabloïdisering; bij tv is de invloed ervan overduidelijk: quotes moeten steeds korter en het nieuws persoonlijker. Jerry Springer is daarvan de verpersoonlijking in meeste pure vorm. De angst sluimert dat de tabloidconsument verstoken blijft van belangrijke (politieke) informatie en derhalve niet kan participeren in de democratie. Wetenschappers als Robert Park en Helen Hughes menen echter dat de tabloids en vooral tabloid tv de burger die anders helemaal geen nieuws zou consumeren een duwtje in de goede richting geeft. Rod Brookes beklemtoont dat iemand als Oprah Winfrey de kloof dicht tussen wetenschap en politiek enerzijds en de gewone burger anderzijds. Ook belangrijke politieke issues als de gekke koeienziekte worden door Oprah besproken en voor de leek begrijpelijk gemaakt, vaak aan de hand van persoonlijke verhalen. Janice Peck stelt daarentegen dat Oprah Winfrey elk item vooral depolitiseert. Met Oprah verandert de wereld niet, meent Peck. De serieuze media -immer nog de waakhonden der democratie- bieden door zaken in een duidelijke politieke context te plaatsen meer actiepotentieel, veronderstelt ook de inleider en samensteller van de bundel Colin Sparks. Toch kunnen de serieuze media wat leren van de tabloids. In het laatste hoofdstuk wordt geconcludeerd dat het vertellen van een goed verhaal aan de hand van een persoonlijke impressie niet per definitie ten koste hoeft te gaan van een politiek relevante inhoud. Overigens een niet zo’n opzienbarende conclusie. Tabloid tales is dan ook vooral een stand van zaken boek, dat de huidige discussies weerspiegelt. Colin Sparks adviseert journalisten kritisch te blijven kijken naar de tabloid, maar ook naar de ‘eigen’ kwaliteitskrant. Want, waarschuwt hij, journalisten zijn conservatief, altijd wars geweest van verandering.

Ellen de Vries

De Journalist 6 oktober 2002

Tabloid Tales-global debates over media standards, ed. bij Colin Sparks and John Tulloch Rowman & Littlefield Publishers, inc.; Published in the United States of America 2000, pag. 315, Fl 74,75