VANAF JULI 2010 ben ik als promovendus verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar ik ooit ook mijn studie begon, bij de afdeling Mediastudies. Ik werk aan een proefschrift over de rol van de media in de postkoloniale verhouding tussen Nederland en Suriname.  Mijn promotoren zijn prof. dr  Frank van Vree, voormalig hoogleraar Journalistiek en cultuur, nu decaan aan de faculteit der Geesteswetenschappen en prof. dr Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische letteren. Dr Peter Vasterman, universitair docent bij de leerstoelgoep Journalistiek en cultuur is mijn begeleider. Allen zijn verbonden aan de UvA.

IN 1975 werd Suriname onafhankelijk van Nederland. Amper vijf jaar later, in 1980, pleegden militairen een staatsgreep. In december 1982 schoot het leger onder aanvoering van Desi Bouterse vijftien vermeende tegenstanders dood. Nederland stopte de toegezegde ontwikkelingshulp: belangrijke steunpilaar van Suriname’s economie.  Vanaf 1984 zocht het leger weer toenadering tot de politieke partijen die in 1980 het veld hadden moeten ruimen. In 1987 waren er weer verkiezingen. De ‘oude’ politieke partijen wonnen die glansrijk. Maar via een nieuwe grondwet hadden militairen nog steeds bestuurlijk macht. Pas in 1992 werd de macht van de militairen uit de grondwet geschrapt. De focus van mijn onderzoek ligt op de periode tussen 1986 en 1992. In vergelijking met de periode ervoor een weinig beschreven doch zeer woelige periode. Er woedde een binnenlandse oorlog tussen het leger van Bouterse en de strijders van Ronnie Brunswijk, het democratiseringsproces in Suriname haperde onder meer door de economische malaise en het uitblijven van de door Nederland toegezegde ontwikkelingssteun, de bemoeienis van militairen met het binnenlandse bestuur van Suriname mondde op kerstavond 1990 uit in een nieuwe coup, bovendien overwoog Nederland verschillende malen om in te grijpen in Suriname dan wel om Suriname in een gemenebest-relatie onder te brengen. Geschiedschrijving daarover is nog maar pas begonnen. De rol die Surinaamse maar vooral Nederlandse media speelden in de beeldvorming daarover is nauwelijks belicht.

MET MIJN proefschrift dat ik in juli 2014 hoop te verdedigen, beoog ik een bijdrage te leveren aan de reconstructie van genoemde periode en de rol van (Nederlandse) media daarin. De handelseditie – voorlopige werktitel: Strijd is er te voeren – zal uitgegeven worden door  Rozenberg publishers.

DIT ONDERZOEK is mogelijk gemaakt met steun van verschillende fondsen: het Matchingsfonds Promotieplaatsen van de UvA, het Stimuleringsfonds voor de Pers, het Prins Bernard Cultuurfonds, de Stichting Professor van Winterfonds, Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis. Reisbeurzen verschaften de Stichting Catharine van Tussenbroek en de Maatschappij voor Wetenschappelijk Onderzoek in de Tropen.

foto:Viering van de onafhankelijkheid van Suriname november 1975. Prinses Beatrix tmv Surinaamse staatslieden (ANP)